De Olijftak, opgericht in 1510, was van de zestiende tot de achttiende eeuw een gevestigde rederijkerskamer in Antwerpen.

Nadat ze was verdwenen werd ze in 1835 weer tot leven gewekt door Michiel van der Voort en Theodoor Van Ryswyck. De dichters spiegelden zich aan de eertijds prestigieuze kamer en verhoopten op eenzelfde niveau een Vlaamsgezinde vereniging te doen bloeien. Ze namen het wapenschild met de olijftak over van de vroegere kamer, samen met de kenspreuk van de drukker Christoffel Plantijn Labore et Constantia.

De stichters leverden met deze vereniging in de volkstaal een reactie op de in 1834 opgerichte Société des Sciences, lettres et arts d'Anvers.

1875

Na een periode van inzinking, hernam De Olijftak haar activiteiten, onder de leiding van de voorzitters Julius De Geyter en Emmanuel Rosseels. Er kwam niet zo veel Vlaamsgezindheid meer aan te pas.

De vereniging organiseerde letterkundige plechtigheden en feesten. Ze was ook de organisator van twee Antwerpse evenementen, de Historische stoet in augustus 1875 en de Geschiedkundige Avondoptocht in 1877.

In de twintigste eeuw greep de vereniging terug naar de oude rederijkerstraditie, door het organiseren van toneelopvoeringen.

In 1976 nam de in 1912 gestichte amateurtoneelvereniging Schoolbond 20 de naam De Olijftak aan. Ze organiseerden, tot 2017, opvoeringen in de Theaterkelder Den Olijftak, waarna ze verhuisden naar schouwburg PAX en samen gingen met De Klauwaarts.